Groeten uit Senggigi


Voor het eerst in 2005 heb ik tijdens mijn jaarlijkse Indonesië trip een bezoek gebracht aan het wonderschone eiland Lombok, een tropische verrassing dat, gelegen naast haar zusje Bali, deel uit maakt van de Nusa Tenggara groep, oftewel de Kleine Sunda Eilanden.
In alle reisgidsen werd de laatste decennia melding gemaakt van het feit dat deze nieuwe toeristische trekpleister van onze geliefde eilandengroep, Bali naar de kroon zou gaan steken als het om toeristenwerving zou gaan. 

Krama Pura Meru in Cakranegara

Zeker, Senggigi aan de westkust gelegen heeft die potentie, en een keur aan diverse hotels, losmen, wisma en penginapan lag op mij te wachten nadat een Lion Air toestel mij in Mataram had gedropt en ik er met een Blue Bird taxi tijdens een snikhete dag in september langs reed.

Wat mij echter opviel was dat slechts twee hotels behoorlijk vol zaten: het zeer luxe Jayakarta– en het niet minder dure Graha Senggigi Beach Hotel, voornamelijk doordat diverse reisorganisaties hun bussen vol met georganiseerde reisgezelschappen daar een welverzorgd verblijf garandeerden.
De overige gelegenheden die met geen, tot anderhalve ster in de reisgidsen te boek staan, waren zo goed als leeg en de eigenaren klaagden dan ook dat, sinds de bomaanslag op Bali, de tsunami van Aceh en de visumproblemen in ons eigen thuislandje, de klad er echt goed ingekomen was. 

Mijn losmen in Senggigi

Ik kreeg hier en daar alweer een indruk van vergane glorie; zwembaden die vol met algen al tijden niet meer waren gebruikt; de eens zo fraai aangelegde tuinen en parken die nu een dorre en onverzorgde indruk op mij maakten en appartementen waarvan een waslijst aan mankementen genoeg klachten opriep om vakantielustige bezoekers voor eens en altijd weg te jagen.

Later viel mij een nog meer storende factor op: als men in de avonduren in deze gezellige badplaats een van de vele gezellige restaurantjes wou bezoeken voor het avondeten, werd men geconfronteerd met een heel leger van opdringerige souvenirverkopers die producten aan de man brachten als kralenkettingen, horloges, zonnebrillen, houten kikkers die kwaakten wanneer er met een stokje over hun geribbelde rug werd geaaid, alsmede Cd's en parels die als pols- en halsversiering verkocht werden. En dan waren er natuurlijk nog de mannen met hun eeuwige “transport mister?” 

Wanneer je overdag op diezelfde jl.Raya Senggigi liep zag je die handelaren onderuitgezakt in de schaduw bij elkaar zitten en de tijd verdrijven met een babbel en een kretekje terwijl het opgehoopte plastic afval en de verrotte etensresten in de slokan lagen te gisten en een ondragelijke stank veroorzaakten. Ondertussen maakten ratten van kampioensformaat en kakkerlakken zo groot als veldmuizen er een paradijselijk onderkomen van. 
 

Fruitverkoopster op Senggigi Beach

Ik weet het: 50% van de Lombokse bevolking is zeer arm en moet van alles verzinnen om nog aan wat rupiah's te komen; ze zetten zelfs hun kinderen in om deze tot in de late avonduren met dezelfde koopwaar te laten leuren. Maar zouden deze mensen dan niet beseffen dat er mogelijk meer toeristen zouden komen en blijven als ze eens wat meer hun eigen erf zouden schoon houden. Door alleen de bom van Bali, de oorlog in Aceh en het visum de schuld te blijven geven, schoten ze niet echt veel op. Een schoonmaakbedrijf opzetten in plaats van weer een transportmiddel inzetten, onderhoud plegen in plaats van de boel maar de boel laten.

Zou de overheid niet net als in Yogya en Malang de bevolking moeten inspireren hun eigen eiland netjes en opgeruimd te maken. Zoals een oude brombeer bij mij in het hotel opmerkte: “Straks begint de islamitische vastentijd weer, een periode die een nog grotere apathie in de hand werkt; als men geen benzine in een brommer gooit zal deze zeker niet harder gaan rijden”.

Toch heeft Lombok de toerist heel wat moois te bieden: haar fraaie stranden – ook in het zuidelijke Kuta, de bosrijke binnenlanden, de Gili's en de adembenemende Gunung Rinjani. Stuk voor stuk juweeltjes van toeristische hoogstandjes.Ik heb er zelf met grote teugen van genoten en ik zal er zeker nog eens terugkomen. 

Mayura Water Palace in Cakranegara